Ik was totaal uitgeput,  ik verdroeg geen mensen om me heen. Mijn geheugen liet me in de steek, ik vergat de simpelste dingen en barstte op de raarste momenten in huilen uit. Hoewel ik het bleef proberen, kon ik niet meer normaal functioneren op mijn werk. Uiteindelijk kwam ik terecht bij bedrijfsarts. Typisch geval van burnout zei ze.

 

Ik kon het niet geloven. Hoe was het zover gekomen? Ik was 31 jaar, net getrouwd, huis gekocht en een goede baan. De druk was weliswaar hoog, maar ik werkte met plezier. Werkweken van 50-60 uur waren eerder regel dan uitzondering. Ik was ambitieus en vertelde mezelf dat er niets mis was met hard werken en het er bij hoorde. Ik merkte op een gegeven moment dat ik veel moeite had om me te focussen. Iets wat voor die tijd geen enkel probleem was. Ik kon niet meer normaal nadenken, het leek alsof mijn hoofd continu vol watten zat. Dat gebrek aan focus zorgde ervoor dat ik fouten ging maken. En die fouten zorgden voor nog meer stress, want ik was een enorme perfectionist.

 

Signaal
In plaats van naar het signaal van mijn lichaam te luisteren bleef ik nog langer doorwerken om maar niet achterop te komen met mijn werk. Ik stond iedere ochtend uitgeput op. Op een dag stond ik bij een pinautomaat en wist mijn code opeens niet meer. Ik brak, het was de laatste druppel. Huilend liep ik naar huis.  Ik voelde me ellendig, er was duidelijk iets mis met me.

Ik meldde me ziek en vertelde mijn baas dat ik na een dagje rust wel weer aan het werk kon. Maar dat viel tegen. Een paar dagen lang heb ik alleen geslapen. Opstaan, aankleden en de deur uitgaan voelde als een enorme inspanning.  En uiteindelijk kwam ik bij de bedrijfsarts die direct in de gaten had wat er meer aan de hand was.

 

Burnout coach 

De bedrijfsarts verwees me naar een burnout coach. Van deze coach moest ik veel naar buiten, bewegen, de natuur in. Onzin, vond ik, ik wilde even rust en daarna gewoon weer door. Ik dacht dat wat wandelen en praten echt niet zou helpen. Gelukkig had ik het mis. Mijn coach stelde me veel, soms ongemakkelijke vragen en beetje bij beetje leerde ze me anders naar mezelf kijken. Dat mijn werk niet altijd perfect hoeft te zijn, dat mensen je niet minder aardig vinden als je een keer nee zegt en, (voor mij een hele lastige) dat je sowieso niet ieders vriend hoeft te zijn.

En bovenal dat ik naar mijn lichaam moet luisteren.

Langzaamaan begon ik weer op te krabbelen. Ik begon halve en daarna weer hele dagen te werken. Ik leerde beter delegeren, zei nee als iets niet uitkwam en zat weer goed in mijn vel.

 

Wat heb ik geleerd? 

Sommige mensen vinden het vreemd als ik zeg dat ik dankbaar ben voor deze periode. Terugkijkend zie ik duidelijk wat er mis ging. Ik was zo gefocust op prestaties, op het goed (perfect) willen doen, op ‘applaus van anderen’ dat ik mezelf daarin totaal verloor. Ik was continu bang om niet goed genoeg te zijn, om afgewezen te worden. Zonder mijn burnout zat ik nu waarschijnlijk nog steeds vast in die oude patronen. Vanaf het moment dat ik mezelf accepteerde en besloot dat ik prima ben zoals ik ben, ging mijn leven weer de goede kant op.